Het is half 8 in de ochtend wanneer ik arriveer. Meneer Alaoui loopt al ongeduldig heen en weer voor de gesloten deur van de praktijk. Hij steekt direct van wal wanneer hij mij ziet. Dat hij gisterenavond de herhaalmedicatie van zijn vrouw wilde ophalen bij de apotheek, maar dat hij te horen heeft gekregen dat deze uit de handel zijn. Definitief. Zij heeft nog acht tabletjes thuis en dat is het.

Ik ben als vaste waarnemer al een tijd verbonden aan deze praktijk en ik besef gelijk wat de reden is van de paniek. Mevrouw Alaoui, een dame van eind vijftig, heeft een voorgeschiedenis van ernstige psychoses. Zij is de laatste twintig jaar stabiel op een klassiek antipsychoticum. De tien jaar daaraan voorafgaande zijn zeer onstuimig geweest met veel opnames en wisselingen van medicatie. Dat dit nieuws inslaat als een bom dat begrijp ik wel.

Inmiddels zijn de eerste patiënten van mijn ochtendspreekuur ook gearriveerd en ik  beloof meneer Alaoui dat ik het zo snel als mogelijk voor hen zal gaan uitzoeken.

Bij de tweede patiënt heb ik al een voorgevoel dat het vandaag ” weer zo’n dag” gaat worden. De ouders van Fleur, twee jaar oud, zitten voor me. De wanhoop is zichtbaar op hun gezicht. Fleur is een vrolijke peuter, maar altijd neusverkouden, waardoor ze ‘s nachts meer wakker is dan slaapt. De laatste keer dat ze langer dan 4 uur hebben geslapen kunnen zij zich niet meer heugen. Een bezoek aan de KNO-arts gaf hen weer hoop; die dacht aan een chronische ontsteking die onderhouden werd door een (huisstofmijt)allergie, een die relatief makkelijk te onderdrukken zou moeten zijn met een neusspray en een allergie drankje. Dat was 3 maanden geleden. En de drank is nog steeds niet leverbaar door de apotheek. Omdat het ook voor de apotheker volstrekt onduidelijk blijft wanneer het geleverd kan worden hebben de ouders nu de afspraak dat zij elke week zelf bellen naar de apotheek of het al binnen is. Ook hen beloof ik dat ik het ga uitzoeken.

Die ochtend zie ik nog een meisje van negentien die bang is dat ze zwanger is (gelukkig niet). Haar “eigen” anticonceptiepil is al een tijd niet beschikbaar en het alternatief dat ze heeft gekregen daar krijgt ze doorbraakbloedingen van, dus daar is ze maar mee gestopt. Met de POH overleg ik over twee patiënten die een andere bloeddruk pil moeten krijgen omdat de huidige mogelijk kankerverwekkend is.

Na een belrondje langs de verschillende apotheken blijkt inderdaad dat het antipsychoticum niet meer gemaakt zal worden, dat het allergie drankje niet leverbaar is én dat er geen alternatief is op deze leeftijd. Vervolgens bel ik nog met de KNO-arts, de ouders van Fleur, een bekende apotheker in Den Haag die zelf medicatie maakt (en het antipsychoticum kan leveren!) en de Familie Alaoui.

Ik gok dat ik vandaag zo’n anderhalf uur kwijt ben geweest met al deze medicatie perikelen. Aan het einde van de dag ben ik knorrig. Maar daarnaast ook heel erg opgelucht.

Dat ik geen apotheker ben.