Hoe ver moet een behandeling gaan?

29 januari 2018

j

Enige jaren geleden was ik werkzaam als MICU chauffeur. Een MICU is een Mobiele Intensive Care Unit, ofwel een rijdende Intensive Care kamer. Het heeft alle faciliteiten, zoals o.a. spuitenpompen om medicatie te kunnen toedienen, een beademingsmachine en allerhande medicijnen.

Als mijn dienst als MICU chauffeur begon, controleerde ik altijd eerst of het voertuig in orde was. Is alles aanwezig wat aanwezig moet zijn, werkt alles naar behoren en heel belangrijk is er voldoende brandstof aanwezig, gezien het feit dat de MICU dienst interregionaal was (is).

Indien alles gecontroleerd was, zat ik meestal in de zitkamer van de ambulancepost, of soms op de kamer (van de MICU chauffeurs) om te werken aan mijn afstudeerproject van mijn verpleegkundige opleiding.

Dan was het wachten of er een oproep kwam.

Die ene dag kreeg we inderdaad een oproep. De opdracht was een instabiele patiënt op te halen in een perifeer ziekenhuis, om deze naar een hoger echelon intensive care te brengen (een intensive care waar ze een hoger niveau van zorg zouden kunnen bieden).

Dit was dus een rit die met spoed gereden moest worden, sommige ritten waren juist van een hoger echelon intensive care naar een lager niveau, dit waren vaak stabiele (of stabiel genoeg) patiënten.

Vanaf de ambulancepost ben ik met de MICU (vracht) wagen met spoed naar het ziekenhuis gereden, hier heb ik de intensivist (arts van de intensive care) en de intensive care verpleegkundige opgehaald.

Vanuit het ziekenhuis zijn we met spoed naar het perifere ziekenhuis gereden, welke toevallig ook nog in de buurt lag waar ik op dat moment woonde. Gelukkig was het niet erg druk op de weg en waren we redelijk snel op onze bestemming.

Op de intensive care van het sturend ziekenhuis troffen we een zeer zieke patiënt aan, een jonge vrouw van nog geen 50 jaar, die een ernstig laag zuurstof gehalte in het bloed had en dit al enige tijd bleek te hebben, voordat wij aankwamen. De vrouw werd op liggend op haar buik beademd, wat gedaan werd om de longen te ontlasten en hopelijk zo meer zuurstof via de beademing toe te kunnen dienen.

De prognose was dus al erg slecht.

De intensivisten en verpleegkundigen probeerde er alles aan te doen om haar toestand te verbeteren, alleen wat er ook geprobeerd werd en welke medicatie de vrouw ook kreeg, het zuurstofgehalte bleef steeds dramatisch laag. Terwijl ik toen een 4e jaars verpleegkunde student was en een stuk minder wist dan nu, begreep ik toch dat het mw. kritisch ziek was.

Gezien het feit dat ik als chauffeur op dat moment weinig kon betekenen, heb ik zoveel mogelijk geprobeerd de partner van de vrouw te ondersteunen door zijn verhaal aan te horen en de vragen zo goed als mogelijk te beantwoorden. Zoals ik van hem begreep was Mw. in een zeer korte tijd ernstig ziek geworden (uren) en ging haar toestand in een snel tempo achteruit (dit was ook de reden dat Mw. naar het hoogste niveau van een intensive care moest worden gebracht).

Gezien het feit dat ze in korte tijd levensbedreigend ziek was geworden, dat haar toestand erg snel achteruit ging en het feit dat meerdere organen minder goed tot niet meer functioneerde (MOF), was de conclusie dat Mw. (hoogstwaarschijnlijk) aan een septische shock leed, op basis van een bacteriologische infectie.

Gezien het feit dat geen enkele interventie enige verandering gaf, is er op een gegeven moment besloten om een speciaal team met spoed te laten komen (uit het ziekenhuis waar wij vandaan kwamen), om mevrouw aan een speciale Hart-Long machine te leggen, een zgn. ECMO Machine (Extra Corporale Membraan Oxygenatie).

Dit houdt in dat het bloed via de machine wordt omgeleid, waarbij de machine zuurstof toedient aan het bloed en vervolgens wordt het bloed (met meer zuurstof) aan de patiënt ‘terug gegeven’.

Het team heeft uiteindelijk Mw. aan deze machine gelegd, en zijn we uiteindelijk met politie begeleiding naar ‘ons’ ziekenhuis gereden, waar Mw. in de loop van de avond helaas toch is overleden.

Het was een indrukwekkend casus om mee te maken, enerzijds het verschrikkelijke geval dat zo’n jonge vrouw in zo’n korte tijd zo ernstig ziek is geworden, en het verdriet van de partner. Maar ook de vraag hoe ver behandeling dient te gaan. Wanneer zeg je genoeg is genoeg?

Was de inzet van het ECMO team te rechtvaardigen? Of was het ‘beter’ Mw. op een rustige manier  te laten overlijden, zodat de partner ook de kans had gehad op het nemen van afscheid van zijn vrouw.

Gelukkig hoefde ik die keuze niet te maken

door Martien Strik
Ik ben een Nederlandse verpleegkundige, woonachtig en werkzaam in België. Momenteel ben ik werkzaam als verpleegkundige op de intensive care van het AZ Monica te Antwerpen; en per 1 februari begin ik daar als verpleegkundige op de dienst spoedgevallen. In Juni studeer ik af aan de Belgische (Bachelor Na Bachelor) opleiding tot spoedeisende hulp/Intensieve zorgen verpleegkundige. Hierna wil ik graag de opleiding tot ambulanceverpleegkundige gaan volgen. Ik ben 12 jaar getrouwd met Anja, en ben vader van twee jonge zonen (8 en 7). Ik schrijf mijn onderwerpen op persoonlijke titel!! Mijn loopbaan Mijn verpleegkundige opleiding heb ik gevolgd in Groningen, in 2011 ben ik afgestudeerd als HBO verpleegkundige aan de Hanze Hogeschool te Groningen. Het feit dat ik relatief laat met de opleiding ben gestart, heeft te maken dat ik eerst verschillende banen heb gehad, voordat ik echt gepakt werd door het acute zorg virus. Mijn eerste ervaring met de spoedeisende hulp was als chauffeur van de huisartsenwachtdienst. Dit heb ik drie jaar gedaan, toen ik de kans kreeg om via een uitzendbureau, door middel van een intern opleidingstraject, te gaan werken als ambulancechauffeur (niet SOSA-gediplomeerd). Twee jaar heb ik door het gehele land ingevallen en hier heb ik veel van geleerd, al was het niet altijd even makkelijk met mijn beperkte navigatie vermogen. In 2005 ben ik begonnen met de verpleegkundige opleiding, met als ambitie om uiteindelijk ambulanceverpleegkundige te kunnen worden. Tijdens mijn opleiding heb ik in mijn vierde jaar kunnen regelen dat ik stage mocht lopen binnen de RAV Groningen en de spoedeisende hulp van het Refaja ziekenhuis. Beide stages heb ik als enorm plezant en zeer leerzaam ervaren. Na mijn afstuderen heb ik diverse verpleegkundige functies gehad: o.a. als verpleegkundige (acute) thuiszorg, op een EHBO post industrie terrein, binnen de evenementen hulpverlening, op de acute opname afdeling en diverse verpleegafdelingen (chirurgie en cardiologie). In 2015 kreeg ik de mogelijkheid om als algemeen verpleegkundige te mogen werken op de spoedeisende hulp in Nieuwegein (Antonius ziekenhuis). Dit vond ik helemaal geweldig en dit bevestigde mijn ambitie om richting de ambulancezorg/spoedeisende hulp te willen. Rond die periode werd ik bekend met de Belgische opleiding tot Spoedeisende hulp/intensive care verpleegkundige, welke je zonder vacatures kon gaan volgen en welke mogelijkheden gaf om uiteindelijk de opleiding tot ambulanceverpleegkundige te kunnen gaan volgen. Tijdens het uitzoeken van informatie en het aanmelden, kwam ik een vacature tegen voor de dienst spoedgevallen van het Universitair ziekenhuis te Brussel (UZ Brussel). Waar ik in Februari 2016 ben begonnen op een hele grote dienst (ong. 40 kamers en 250 patiënten contacten per dag). Hier zal ik in de toekomst nog over schrijven. Later ben ik gaan werken op een kleinere spoedeisende hulp om uiteindelijk te beginnen op mijn huidige werkplek op de Intensive care en spoedeisende hulp in het AZ Monica (Antwerpen / Deurne). Vanuit deze achtergrond en ervaring, wil ik regelmatig een actueel onderwerp plaatsen op acute zorg experts. Suggesties, op of aanmerkingen zijn uiteraard van harte welkom. Daarnaast ben ik onlangs begonnen met een platform voor de acute en intensieve zorgen: https://acutezorg.blogspot.be/ Ik wens jullie veel leesplezier. Martien strik  

1 Reactie

  1. Avatar

    Mooi verwoord . Dit is overigens hét dagelijkse dilemma op elke Intensive care afdeling. “ Is de behandeling proportioneel t.o.v. de te verwachten uitkomst” . Zolang er nog steeds “wonderen” gebeuren zal het dilemma blijven bestaan.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Dit delen?

Deel dit bericht in je netwerk