Vanmorgen stond mijn wekker extra vroeg. Samen met een groep Haagse huisartsen, twee huisartsenpost auto’s en het actiecomité van Het Roer Moet Om vertrok ik naar het ministerie van VWS voor een ‘wake-up call’ voor onze ministers de Jonge en Bruins. Als huisarts zie ik in toenemende mate schrijnende gevallen waarbij patiënten tussen wal en schip raken en niet in aanmerking komen voor de juiste zorg. In het boekje ‘patiënt tussen wal en schip’ van Het Roer Moet Om staan tientallen casussen die stuk voor stuk over mijn eigen patiënten zouden kunnen gaan. En wellicht beseft u zich dat niet, maar ook over uw moeder, uw buurvrouw of uzelf.  De gaten die op dit moment in ons zorgstelsel vallen kunnen iedereen treffen.

Op het ministerie was mijn teleurstelling groot. De ministers waren namelijk niet in staat om ons te woord te staan. Ze waren ‘te druk’. Voor de duidelijkheid: Om 7.45 uur in de ochtend.

Gelukkig ben ik nooit ‘te druk’ voor mijn patiënten als de nood hoog is. Want stel je eens voor hoe dat zou zijn:

Geen thuiszorg te vinden en u bent terminaal? Sorry ik ben druk.

U heeft ernstige psychische klachten en de GGZ heeft over 4 maanden tijd voor u? Sorry ik ben druk.

U bent gevallen en er is geen ELV bed beschikbaar? Sorry ik ben druk.

U moet eigenlijk opgenomen worden in het ziekenhuis maar het is vol? Sorry ik ben druk.

Toegegeven. Stiekem klinkt het wel als een aantrekkelijk tekst om onder al het werk uit te komen dat dit soort problemen mij als huisarts geeft. Mijn schuldgevoel zou echter zo groot zijn dat ik geen oog meer dicht zou doen in de nacht.

Mijn vraag aan de ministers is dan ook de volgende: Beste minister, hoe slaapt ú vannacht?